Veilige vooroverbuigingen vragen om een goede samenwerking tussen rug, bekken en beenspieren, en ook de nek speelt een rol van belang. Hoewel we gedurende de dag regelmatig vooroverbuigen – ik nu ook zittend achter mijn laptop – is dit niet vanzelfsprekend. Als we yoga beoefenen nemen we de tijd om naar onze bewegingspatronen te kijken. Door de lichaamsverbindingen te blijven oefenen en waarnemen maken we een beweging overzichtelijk. Je lichaam slaat beetje bij beetje de informatie op zodat het ook in je dagelijks handelen ‘meebeweegt’. Hieronder kun je ze alvast wat lezen over een aantal van deze bewegingsstappen.
Hamstrings oprekken. Als we bijvoorbeeld beenstrekkers doen met een riem, liggend op de rug, strekken we de achterbeenspieren en dat is essentieel om de beweging naar voor mogelijk te maken. Als deze spieren kort zijn zullen het ze de onderrug heel moeilijk maken om te blijven strekken – ze treken de onderrug dan rond – en vervolgens op een veilige manier te buigen, zonder knik.
Druk naar de gewrichten brengen. Maar tijdens de beenstrekkers rekken we de spieren niet alleen, we brengen via de riem om de voet ook druk naar het heupgewricht. De druk maakt dat de spieren in de heupen iets van hun spanning loslaten en tevens maakt die druk dat er gewrichtsvloeistof vrij komt die het gewricht soepeler laat bewegen. Deze ontspanning en ‘olie’ zorgt er dus voor dat we beter in de heupen kunnen landen en vanuit daar naar voor kunnen bewegen.
Het plaatsen van het lichaamsgewicht in het bekken. Hierin speelt de onderrug een hoofdrol. Als de onderrug spanning vasthoudt, stijf is, moeilijk beweegt, – dat kan ook omdat gebieden erboven niet voldoende bewegen – dan is het alsnog lastig om het gewicht in de heupen te plaatsen en de beweging in de benen te laten aankomen. De beweging zal waarschijnlijk stoppen bij de wervels boven het bekkengebied. Ontspanning van de onderrugspieren en druk naar de lendenwervels maakt het mogelijk dit patroon beetje bij beetje te doorbreken.
De rol van de nek. Als de rug gekromd is, zal het hoofd naar voor bewegen en de nek zich hol trekken om toch vooruit te kunnen kijken. Als onze intentie is om onze neuzen naar de knieën te brengen zal het hoofd de rug meetrekken in een gebogen vorm. Ook dan kan nooit het lichaamsgewicht in het bekken landen, en de heupen ontspannen om zo het scharnieren naar voor mogelijk te maken.
Dus opnieuw: de kracht van een ‘totaal beweging’ waarbij het gehele lichaam de beweging laat gebeuren. De beweging in een vooroverbuiging begint al bij het dragen van (al die kilo’s) hoofd op de nek, op de bovenrug, zodat het gewicht van het hoofd als het ware doorgegeven kan worden naar de onderrug en het bekken. Dan de lengte van de hamstrings afwachten en voila!
Last but not least: vertragen. ‘De verstilde eindstand in vooroverbuigingen maakt het mogelijk structuren te overzien en weerstanden waar te nemen. Dan kan de stijfheid door middel van aandacht, ademhaling en het verstrijken van de tijd opgelost worden.’ Aldus Gert van Leeuwen in zijn Critical Alignment boek.
Lisette Erdtsieck / Oefenruimte voor Yoga
Geef een reactie